Dinqum licht toe
Situationeel leidinggeven

Effectief leidinggeven betekent dat u uw stijl van leidinggeven aanpast aan een situatie. In de ene situatie kan een stijl effectief zijn, terwijl die in de andere situatie geen effect heeft. Effectief leidinggeven houdt in dat u als ondernemer in staat bent, naast de leiderschapsstijl die u gewoonlijk hanteert, ook andere stijlen te hanteren. Effectief leidinggeven vraagt dus een flexibele opstelling van u. Deze stijl van leidinggeven heet Situationeel leidinggeven.
Wanneer u het gevoel heeft dat u niet alles uit uw personeel haalt wat erin zit, loont het zeker de moeite om deze theorie eens los te laten op uw personeel en uw stijl van leidinggeven.

Het bepalen van de leidinggevende stijl en de effectiviteit ervan wordt bepaald door twee factoren:
• Taakbekwaamheid: de mate waarin de medewerker bereid (ofwel gemotiveerd) en bekwaam (ofwel competent) is om een specifieke taak te vervullen.
• De werksituatie.

Taakbekwaamheid
Hierbij wordt gekeken naar de kennis, vaardigheid, motivatie en het verantwoordelijkheidsgevoel van de medewerker. Het is wezenlijk dat u als ondernemer dit, per taak, juist inschat.
 
Er worden vier niveaus van taakbekwaamheid onderscheiden. Een passende leiderschapsstijl staat erachter vermeld:
• Een medewerker is onvoldoende bekwaam en onvoldoende gemotiveerd: overtuigen. 
• Een medewerker is onvoldoende bekwaam, maar voldoende gemotiveerd: instrueren. 
• Een medewerker is voldoende bekwaam, maar onvoldoende gemotiveerd: overleggen/motiveren. 
• Een medewerker is voldoende bekwaam en voldoende gemotiveerd: delegeren.  
 
Werksituatie
Elke werksituatie is anders en vraagt een andere manier van leidinggeven. Welke stijl van leidinggeven u het beste kunt gebruiken is afhankelijk van:
• De frequentie waarmee u en uw medewerker informatie moeten uitwisselen, om een taak goed te kunnen uitoefenen. 
• De tijd die u als ondernemer heeft om in te grijpen in een situatie. 
• De mate van complexiteit van de werksituatie.  

Hieronder ziet u welke leiderschapsstijl past bij welke werksituatie
 
Overtuigen of overleggen:
• er is veel interactie nodig voor een taak of
• er is veel tijd voor het nemen van beslissingen of
• het gaat om een complexe activiteit.

Instrueren of delegeren.
• er is weinig interactie nodig voor een taak of
• er is weinig tijd voor het nemen van beslissingen of
• de activiteit is niet complex